Dienst zondag 16 juni 2024 om 10:00 uur - De Poort

Voorganger: Ds. F.A.J. Heikoop

Organist: Maarten Post

Collecte: Kerk

Schriftlezing: Psalm 93 Markus 4: 35-41


Psalm 89:7

7 Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort!
Zij wandlen, HEER', in 't licht van 't Goddlijk Aanschijn
voort;
Zij zullen in Uw Naam zich al den dag verblijden;
Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in 't
lijden,
Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,
Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.


Gezang 338:1, 3, 4, 5

1 Door de wereld gaat een woord
en het drijft de mensen voort:
‘Breek uw tent op, ga op reis,
naar het land dat Ik u wijs.’
Refrein:
Here God, wij zijn vervreemden
door te luist’ren naar Uw stem.
Breng ons saam met Uw ontheemden
naar het nieuw Jeruzalem.
3 Menigeen ging zelf op pad
daar hij thuis geen vrede had.
Eeuwig heimwee spoort hem aan
laat ook hem het Woord verstaan.
4 Door de wereld klinkt een lied
tegen angsten en verdriet,
tegen onrecht, tegen dwang
richten pelgrims hun gezang.
5 Velen, die de moed begaf
blijven staan, of dwalen af.
Hunk’rend naar hun oude land.
Reisgenoten, grijp hun hand.


Psalm 103:1, 2, 6

1 Loof, loof den HEER', mijn ziel, met alle krachten;
Verhef Zijn Naam, zo groot, zo heilig t' achten;
Och, of nu al wat in mij is, Hem preez'!
Loof, loof mijn ziel, den Hoorder der gebeden;
Vergeet nooit een van Zijn weldadigheden;
Vergeet ze niet; 't is God, die z' u bewees.
2 Loof Hem, die u, al wat gij hebt misdreven,
Hoeveel het zij, genadig wil vergeven,
Uw krankheen kent en liefderijk geneest;
Die van 't verderf uw leven wil verschonen,
Met goedheid en barmhartigheen u kronen;
Die in den nood uw redder is geweest.
6 Zo hoog Zijn troon moog' boven d' aarde wezen,
Zo groot is ook voor allen, die Hem vrezen,
De gunst, waarmee Hij hen wil gadeslaan.
Zo ver het west verwijderd is van 't oosten,
Zo ver heeft Hij, om onze ziel te troosten,
Van ons de schuld en zonden weggedaan.


Psalm 107:12, 13, 15

12 Zij, die de zee bevaren
Met schepen, rijk bevracht,
Zien op de grote baren
Gods wijsheid, gunst en macht;
Daar leren zij de daan,
Des HEEREN klaar bemerken
En in de diepe paan
Zijn grote wonderwerken.
13 Hij wekt, met slechts te spreken,
Een stormwind voor hun oog.
Dan beeft het al, dan steken
De golven 't hoofd omhoog.
Nu ziet men 't schip de lucht,
Dan weer den afgrond naadren.
Hun hart geeft zucht op zucht,
Hun bloed verstijft in d' aadren.
15 Hij doet den storm bedaren;
De golven zwijgen stil.
Nu rijst de vreugd; de baren
Zijn effen op Gods wil.
Nu wijkt verslagenheid,
Na zoveel angstig slaven,
Daar God hen veilig leidt
In hun begeerde haven.


Psalmen 93

93:1. De HEERE regeert, Hij is met majesteit bekleed, de HEERE is bekleed en heeft Zichzelf omgord met macht. Ja, vast staat de wereld, hij zal niet wankelen;
2. vast staat Uw troon, van oudsher, U bent van eeuwigheid.
3. De rivieren verheffen, HEERE, de rivieren verheffen hun stem, de rivieren verheffen hun gebruis.
4. De HEERE in de hoogte is machtiger dan het bruisen van machtige wateren, de machtige golven van de zee.
5. Uw getuigenissen zijn zeer betrouwbaar; de heiligheid is een sieraad voor Uw huis, HEERE, tot in lengte van dagen.


Marcus 4:35-41

4:35. En op die dag, toen het avond geworden was, zei Hij tegen hen: Laten wij overvaren naar de overkant.
36. En zij lieten de menigte achter en namen Hem, Die al in het schip was, mee; en er waren nog andere scheepjes bij Hem.
37. En er stak een harde stormwind op en de golven sloegen over in het schip, zodat het al volliep.
38. En Hij lag in het achterschip te slapen op een hoofdkussen; en zij wekten Hem en zeiden tegen Hem: Meester, bekommert U Zich er niet om dat wij vergaan?
39. En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind en zei tegen de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en er kwam een grote stilte.
40. En Hij zei tegen hen: Waarom bent u zo angstig? Hebt u dan geen geloof?
41. En zij vreesden met grote vrees en zeiden tegen elkaar: Wie is Deze toch, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?


Psalm 93:1, 2, 3, 4

1 De HEER' regeert; de hoogste Majesteit,
Bekleed met sterkt', omgord met heerlijkheid,
Bevestigt d' aard' en houdt door Zijne hand
Dat schoon gebouw onwankelbaar in stand.
2 Gij hebt Uw troon van eeuwigheid gegrond.
De waatren, HEER', verheffen zich in 't rond;
Rivier en meer verheffen hun geruis;
Het siddert al op 't woedend stroomgedruis.
3 Maar, HEER', Gij zijt veel sterker dan 't geweld
Der waatren, dien Uw almacht palen stelt
De grote zee zwijgt op Uw wenk en wil,
Hoe fel zij bruis', hoe fel zij woede, stil.
4 Uw macht is groot, Uw trouw zal nooit vergaan;
Al wat Gij ooit beloofd hebt, zal bestaan.
De heiligheid is voor Uw huis, o HEER',
Eeuw uit, eeuw in, tot sieraad en tot eer.


Gezang 3:3

3 De HEER is mijn Herder!
al dreigt ook het graf,
geen kwaad zal ik vrezen,
Gij zult bij mij wezen;
o HEER, mij vertroosten
uw stok en uw staf!


Gezang 166

1 Ruwe stormen mogen woeden
alles om mij heen zij nacht,
God, mijn God, zal mij behoeden,
God houdt voor mijn heil de wacht.
Moet ik lang zijn hulp verbeiden,
zijne liefde blijft mij leiden:
door een nacht, hoe zwart, hoe dicht,
voert Hij mij in ’t eeuwig licht.