Dienst zondag 19 juli 2026 om 10:00 uur - De Poort

Voorganger: Ds. E.J. Terpstra

Organist: Lub de Boer

Thema: "Een loslopende discipel"

Collecte: Alg. Kerkelijke Arbeid

Schriftlezing: Markus 9: 30-42

Tekst: Markus 9: 38-40


Psalm 138:1

1 'k Zal met mijn ganse hart Uw eer
Vermelden, HEER',
U dank bewijzen.
'k Zal U in 't midden van de goon,
Op hogen toon,
Met psalmen prijzen;
Ik zal mij buigen, op Uw eis,
Naar Uw paleis,
Het hof der hoven,
En, om Uw gunst en waarheid saam,
Uw groten Naam
Eerbiedig loven.


Psalm 138:3, 4

3 Dan zingen zij, in God verblijd,
Aan Hem gewijd,
Van 's HEEREN wegen;
Want groot is 's HEEREN heerlijkheid,
Zijn Majesteit
Ten top gestegen.
Hij slaat toch, schoon oneindig hoog,
Op hen het oog,
Die needrig knielen;
Maar ziet van ver met gramschap aan
Den ijdlen waan
Der trotse zielen.
4 Als ik, omringd door tegenspoed,
Bezwijken moet,
Schenkt Gij mij leven.
Is 't, dat mijns vijands gramschap brandt,
Uw rechterhand
Zal redding geven.
De HEER' is zo getrouw als sterk,
Hij zal Zijn werk
Voor mij volenden,
Verlaat niet wat Uw hand begon,
O Levensbron,
Wil bijstand zenden.


Gezang 92

1 Maak mij rein voor U
als gelouterd goud en zuiver zilver.
Laat mij zijn voor U
als gelouterd goud, puur goud.
Refrein:
Dwars door het vuur maakt U mij rein en puur.
Ik strek mij uit, Jezus,
naar meer van uw Geest en uw heiligheid.
Ja, ik besluit, Jezus.
een dienstknecht te zijn van U, mijn Meester,
steeds tot uw wil bereid.
2 Maak mij rein voor U.
Was mij leven schoon,
vergeef mijn zonden.
Laat mij zijn voor U
zuiver als uw Zoon;
heilig mij.


Psalm 133:2, 3

2 Die liefdegeur moet elk tot liefde nopen,
Als d' olie, die, van Arons hoofd gedropen,
Zijn baard en klederzoom doortrekt;
Z' is als de dauw, die Hermons kruin bedekt,
Die Sions top met vruchtbaar vocht besproeit,
En op zijn bergen nedervloeit.
3 Waar liefde woont, gebiedt de HEER' den zegen:
Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,
En 't leven tot in eeuwigheid.


Marcus 9:30-42

9:30. En zij vertrokken vandaar en reisden door Galilea; en Hij wilde niet dat iemand het zou weten.
31. Want Hij gaf onderwijs aan Zijn discipelen en zei tegen hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen van mensen en zij zullen Hem doden, en nadat Hij gedood is, zal Hij op de derde dag opstaan.
32. Maar zij begrepen dat woord niet en zij waren bevreesd Hem ernaar te vragen.
33. En Hij kwam in Kapernaüm en toen Hij thuisgekomen was, vroeg Hij hun: Waarover had u het met elkaar onderweg?
34. Maar zij zwegen, want zij hadden onderweg een woordenwisseling met elkaar gehad over wie de belangrijkste was.
35. En Hij ging zitten, riep de twaalf en zei tegen hen: Als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste van allen zijn en een dienaar van allen.
36. En Hij nam een kind, zette dat in hun midden en omarmde het, en Hij zei tegen hen:
37. Wie een van zulke kinderen ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, die ontvangt niet Mij, maar Hem Die Mij gezonden heeft.
38. En Johannes antwoordde Hem: Meester, wij hebben iemand gezien die demonen uitdreef in Uw Naam, iemand die ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt.
39. Maar Jezus zei: Verbied het hem niet, want er is niemand die een kracht doen zal in Mijn Naam en kort daarna kwaad van Mij zal kunnen spreken.
40. Want wie niet tegen ons is, die is voor ons.
41. Want wie u een beker water te drinken zal geven in Mijn Naam omdat u discipelen van Christus bent, voorwaar, Ik zeg u: hij zal zijn loon beslist niet verliezen.
42. En wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, doet struikelen, het zou beter voor hem zijn dat er een molensteen om zijn hals gedaan en hij in de zee geworpen werd.


Marcus 9:38-40

9:38. En Johannes antwoordde Hem: Meester, wij hebben iemand gezien die demonen uitdreef in Uw Naam, iemand die ons niet volgt; en wij hebben het hem verboden, omdat hij ons niet volgt.
39. Maar Jezus zei: Verbied het hem niet, want er is niemand die een kracht doen zal in Mijn Naam en kort daarna kwaad van Mij zal kunnen spreken.
40. Want wie niet tegen ons is, die is voor ons.


Gezang 330:1, 4

1 Als je geen liefde hebt voor elkaar,
vallen de dromen in duigen.
Dromen van vrede worden niet waar,
kwaad is niet om te buigen.
Refrein:
Als je geen liefde hebt voor elkaar,
leef je buiten Gods gloria.
Als je geen liefde hebt voor elkaar,
leef je buiten Gods gloria.
4 Als je geen liefde hebt voor elkaar,
is er geen hoop meer op zegen.
Kinderen, maak de liefde toch waar;
schrijf het op alle wegen:


Psalm 105:4, 5

4 Gij volk, uit Abraham gesproten,
Dat zoveel gunsten hebt genoten,
Gij Jakobs kindren', die de HEER'
Heeft uitverkoren, meldt Zijn eer.
De HEER' is onze God, die d' aard'
Alom door Zijn gericht vervaart.
5 God zal Zijn waarheid nimmer krenken,
Maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Zijn woord wordt altoos trouw volbracht,
Tot in het duizendste geslacht.
't Verbond met Abraham, Zijn vrind,
Bevestigt Hij van kind tot kind.