Dienst zondag 5 juli 2026 om 10:00 uur - Petrakerk
Voorganger: Ds. M. Krooneman
Organist: Jacob Schenk
Thema: "Van de oude naar de nieuwe Echtgenoot"
Collecte: Diaconie
Schriftlezing: Romeinen 7: 1-13
Psalm 24:2, 3
2 Wie klimt den berg des HEEREN op?
Wie zal dien Godgewijden top,
Voor 't oog van Sions God, betreden?
De man, die, rein van hart en hand,
Zich niet aan ijdelheid verpandt,
En geen bedrog pleegt in zijn eden.
3 Die zal, door 's HEEREN gunst geleid,
En zegen en gerechtigheid
Van God, den God zijns heils ontvangen.
Dit 's Jakob, dit is 't vroom geslacht,
Dat naar God vraagt, Zijn wet betracht
En zoekt Zijn aanschijn met verlangen.
Gezang 306
1 Laat de kind'ren tot Mij komen,
alle, alle kind'ren.
Laat de kind'ren tot Mij komen,
niemand mag ze hind'ren.
Want de poorten van mijn rijk
staan voor kind'ren open,
laat ze allen groot en klein
bij Mij binnen lopen.
2 Laat de mensen tot Mij komen
over alle wegen.
Laat de mensen tot Mij komen,
houdt ze toch niet tegen!
Want de poorten van mijn rijk
gaan ook voor hen open,
als ze aan een kind gelijk
bij Mij binnenlopen.
Psalm 130:2, 3
2 Zo Gij in 't recht wilt treden,
O HEER', en gadeslaan
Onz' ongerechtigheden;
Ach, wie zou dan bestaan?
Maar neen, daar is vergeving
Altijd bij U geweest;
Dies wordt Gij, HEER', met beving,
Recht kinderlijk gevreesd.
3 Ik blijf den HEER' verwachten;
Mijn ziel wacht ongestoord;
Ik hoop, in al mijn klachten,
Op Zijn onfeilbaar woord;
Mijn ziel, vol angst en zorgen,
Wacht sterker op den HEER',
Dan wachters op den morgen;
Den morgen, ach, wanneer?
Psalm 119:69, 77
69 Gij zijt volmaakt, Gij zijt rechtvaardig, HEER';
Uw oordeel rust op d' allerbeste wetten;
Uw loon, Uw straf beantwoordt aan Uw eer.
Gij eist van ons, dat w' op Uw waarheid letten;
Dat wij altoos op hogen prijs Uw leer
En 't heilig recht van Uw getuignis zetten.
77 Zie mijn ellend', o HEER', en help Uw knecht,
Want Uwe wet is in mijn hart geschreven;
Ai, twist Gij Zelf mijn twistzaak naar Uw recht,
Verlos mij, sterk met nieuwen moed mijn leven,
Naar 't Goddlijk woord, mij gunstig toegezegd,
En mij ten troost in angst en druk gegeven.
Romeinen 7:1-13
7:1. Of, broeders, weet u niet – ik spreek immers tot mensen die de wet kennen – dat de wet over de mens heerst zolang hij leeft?
2. Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de man zolang hij leeft. Als de man echter gestorven is, is zij ontslagen van de wet die haar aan de man bond.
3. Daarom dan, als zij de vrouw van een andere man wordt terwijl haar man leeft, zal zij een overspelige genoemd worden. Als haar man echter gestorven is, is zij vrij van de wet, zodat zij geen overspelige is als zij de vrouw van een andere man wordt.
4. Zo, mijn broeders, bent u ook door het lichaam van Christus gedood met betrekking tot de wet, opdat u aan een Ander zou toebehoren, namelijk aan Hem Die uit de doden opgewekt is, opdat wij vrucht zouden dragen voor God.
5. Want toen wij in het vlees waren, waren de hartstochten van de zonden, die geprikkeld worden door de wet, in onze leden werkzaam om vrucht te dragen voor de dood.
6. Maar nu zijn wij ontslagen van de wet, gestorven aan dat waaraan wij vastgebonden zaten, zodat wij in nieuwheid van Geest dienen, en niet in oudheid van letter.
7. Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen dan door de wet. Ik zou immers ook niet geweten hebben dat begeerte zonde was, als de wet niet zei: U zult niet begeren.
8. Maar de zonde heeft door het gebod een aanleiding gevonden en in mij allerlei begeerte teweeggebracht, want zonder de wet is de zonde dood.
9. Ik nu leefde voorheen zonder wet, maar toen het gebod kwam, is de zonde weer levend geworden. Ik echter ben gestorven.
10. En het gebod, dat tot leven had moeten leiden, bleek voor mij de dood te betekenen.
11. Want de zonde heeft door het gebod een aanleiding gevonden en mij misleid en daardoor gedood.
12. Zo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.
13. Is dan het goede de oorzaak van mijn dood geworden? Volstrekt niet! Maar de zonde heeft – opdat zij als zonde zichtbaar zou worden – door het goede voor mij de dood teweeggebracht, opdat door het gebod de zonde uitermate zondig zou blijken te zijn.
Gezang 236
1 In het kruis zal 'k eeuwig roemen!
En geen wet zal mij verdoemen;
Christus droeg de vloek voor mij!
Christus is voor mij gestorven,
heeft genâ voor mij verworven.
'k Ben van dood en zonde vrij!
Gezang 394:1, 4
1 Op die heuvel daarginds, stond een ruwhouten kruis,
het symbool van vervloeking en schuld.
Maar dat kruis werd de mens tot het kostbaarst kleinood,
daar Gods wet aan dat hout werd vervuld.
Refrein:
’k Klem mij daarom aan Golgotha’s kruis,
tot de Heer komt en met Hem het loon,
als die grote dag aanbreekt en Hij ons dat kruis
dan verwisselt voor d’ eeuwigheids kroon.
4 Help mij Heer, aan dat kruis, trouw te zijn tot de dood,
ook als hier smaad en spot is mijn loon.
Want dat kruis droeg mijn straf, nam de schuld van mij af,
’t werd de toegang voor mij tot Gods troon.