Dienst zondag 4 oktober 2026 om 10:00 uur - Petrakerk

Israëlzondag

Voorganger: Ds. M. Krooneman

Organist: Menno Hakvoort

Thema: "Blij met de Bijbel!?"

Collecte: Kerk en Israël

Schriftlezing: Psalm 119: 17-24 / 89-96 / 169-176 (gimel - lamed - taw)

Tekst: Psalm 119: 24, 92, 174


Psalm 119:1, 3

1 Welzalig zijn d' oprechten van gemoed, Die, ongeveinsd, des HEEREN wet betrachten; Die Hij op 't spoor der godsvrucht wandlen doet; Welzalig, die, bij dagen en bij nachten, Gods wil bepeinst, en Hem als 't hoogste goed, Van harte zoekt met ingespannen krachten.

3 Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest! Mocht die mij op mijn paan ten leidsman strekken! 'k Hield dan Uw wet, dan leefd' ik onbevreesd; Dan zou geen schaamt' mijn aangezicht bedekken, Wanneer ik steeds opmerkend waar' geweest, Hoe Uw geboon mij tot Uw liefde wekken.


Psalm 119:5

5 Waarmede zal de jongeling zijn pad, Door ijdelheen omsingeld, rein bewaren? Gewis, als hij het houdt naar 't heilig blad. U zoekt mijn hart; mijn oog blijft op U staren; Laat mij van 't spoor, in Uw geboon vervat, Niet dwalen, HEER' ; laat mij niet hulploos varen.


Psalm 147:10

10 Hij gaf aan Jakob Zijne wetten, Deed Isrel op Zijn woorden letten. Hij leerde z' in Zijn wegen wandlen. Zo wou Hij met geen volken handlen: Die moesten Zijn getuigenissen En Zijn verbondsgeheimen missen. Laat dan Gods lof ten hemel rijzen; Laat al wat adem heeft Hem prijzen!


Gezang 94:1, 2, 5

1 Een rijke schat van wijsheid schonk God ons in zijn woord. Hebt moed, gij die op reis zijt, want daarmee kunt gij voort. Gods woord is ons een licht, en elk die in vertrouwen daarnaar zijn leven richt, die zal erin aanschouwen des Heeren aangezicht.

2 God opent hart en oren, opdat wij in geloof zijn roepstem zouden horen, voor and’ re stemmen doof. Gods woord gordt mensen aan, om zonder te versagen het smalle pad te gaan en stil het kruis te dragen achter hun Heiland aan.

5 O Gij die wilt ontmoeten wie vragen naar uw wil, zie hoe wij aan uw voeten zitten en luist’ ren stil. Geef dat tot U, o Heer, ’t woord van uw welbehagen niet ledig wederkeer’, maar dat het vrucht mag dragen, uw grote naam ter eer.


Psalmen 119:17-24, 119:89-96, 119:169-176

119:17. Wees goed voor Uw dienaar, dan zal ik leven en Uw woord in acht nemen.

18. Ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen de wonderen van Uw wet.

19. Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden niet voor mij.

20. Mijn ziel wordt verteerd van verlangen naar Uw bepalingen, te allen tijde.

21. U bestraft de vervloekte hoogmoedigen, die van Uw geboden afdwalen.

22. Wentel smaad en verachting van mij af, want ik heb Uw getuigenissen in acht genomen.

23. Zelfs toen vorsten op hun troon gezeten tegen mij spraken, overdacht Uw dienaar Uw verordeningen.

24. Ja, Uw getuigenissen zijn mijn bron van blijdschap, zij zijn mijn raadgevers. daleth

119:89. Voor eeuwig, HEERE, staat Uw woord vast in de hemel.

90. Uw trouw duurt van generatie op generatie; U hebt de aarde gegrondvest, zodat zij blijft staan.

91. Volgens Uw bepalingen blijven zij ook heden nog staan, want zij alle zijn Uw dienaren.

92. Als Uw wet niet mijn bron van blijdschap geweest was, dan was ik in mijn ellende vergaan.

93. Ik zal Uw bevelen voor eeuwig niet vergeten, want daardoor hebt U mij levend gemaakt.

94. Ik ben de Uwe, verlos mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.

95. Goddelozen hebben op mij geloerd om mij om te brengen; ik let op Uw getuigenissen.

96. Aan alles, hoe volmaakt ook, heb ik een einde gezien; maar alleen Uw gebod is onbegrensd. mem

119:169. Laat mijn roepen naderen voor Uw aangezicht, HEERE; geef mij inzicht overeenkomstig Uw woord.

170. Laat mijn smeken voor Uw aangezicht komen; red mij overeenkomstig Uw belofte.

171. Mijn lippen vloeien over van lofzang, want U leert mij Uw verordeningen.

172. Mijn tong zal Uw woorden bezingen, want al Uw geboden zijn rechtvaardig.

173. Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen uitgekozen.

174. HEERE, ik verlang naar Uw heil; Uw wet is mijn bron van blijdschap.

175. Laat mijn ziel leven, dan zal hij U loven; laat Uw bepalingen mij helpen.

176. Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw dienaar, want Uw geboden heb ik niet vergeten.


Psalmen 119:24, 119:92, 119:174

119:24. Ja, Uw getuigenissen zijn mijn bron van blijdschap, zij zijn mijn raadgevers. daleth

119:92. Als Uw wet niet mijn bron van blijdschap geweest was, dan was ik in mijn ellende vergaan.

119:174. HEERE, ik verlang naar Uw heil; Uw wet is mijn bron van blijdschap.


Psalm 119:45, 47

45 O HEER', Uw woord bestaat in eeuwigheid, Daar 't hemelheir zich schikt naar Uw bevelen; In Uwe trouw, zo gunstig toegezeid, Zal elk geslacht, ja ,t eind der eeuwen delen; Deez, aard' is hecht door Uwe hand bereid; Haar stand blijft vast, al wisslen haar tonelen.

47 'k Ben eeuwiglijk gedachtig aan Uw woord, Want ik ontving door Uw bevelen 't leven, 'k Ben d' Uwe, HEER'; geleid mij ongestoord; Behoud mij toch, naar 't woord aan mij gegeven; Ik heb met lust Uw wetten nagespoord, En die gezocht, door Uwen Geest gedreven.


Gezang 399

1 Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Uw Woord is een lamp, uw Woord is een licht, uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.


Psalm 119:67, 83

67 Maak in Uw woord mijn gang en treden vast, Opdat ik mij niet van Uw paan moog' keren! En wordt mijn vlees door 't kwade licht verrast, Ai, laat het mij toch nimmer overheren. Verlos mij, HEER', van 's mensen overlast, Dan zal ik U, naar Uw bevelen, eren.

83 Wat vree heeft elk, die Uwe wet bemint! Zij zullen aan geen hinderpaal zich stoten. Ik, HEER', die al mijn blijdschap in U vind, Hoop op Uw heil met al Uw gunstgenoten; 'k Doe Uw geboon oprecht en welgezind; Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.