Dienst vrijdag 3 april 2026 om 19:30 uur - Petrakerk
Goede vrijdag
Voorganger: Ds. M. Krooneman
Organist: Menno Hakvoort
Collecte: Diaconie
Schriftlezing: Lukas 23: 44-46 Psalm 31: 1-6
Tekst: Lukas 23:46 "Jezus geeft de geest"
Gezang 225:1, 2, 5
1 Mijn Verlosser hangt aan 't kruis,
hangt ten spot van snode smaders.
Zoon des Vaders,
waar is toch uw almacht thans,
waar uw goddelijke glans?
2 Mijn Verlosser hangt aan 't kruis,
en Hij hangt er mijnentwegen,
mij ten zegen.
Van de vloek maakt Hij mij vrij,
en Zijn sterven zaligt mij.
5 Mijn Verlosser hangt aan 't kruis!
'k Heb mij, Heer, in dood en leven
U gegeven.
'k Leef, in vreugd en tegenheen,
'k leef en sterf voor U alleen.
Psalm 119:53
53 Uw woord is mij een lamp voor mijnen voet,
Mijn pad ten licht, om 't donker op te klaren.
Ik zwoer, en zal dit met een blij gemoed
Bevestigen, in al mijn levensjaren,
Dat ik Uw wet, die heilig is en goed,
Door Uw gena bestendig zal bewaren.
Gezang 220:1, 8
1 Als ik in gedachten sta
bij het kruis van Golgotha,
als ik hoor wat Jezus sprak,
voor Zijn oog aan 't kruishout brak.
8 Hoor ik, hoe het laatst van al
Hij Zijn geest aan God beval,
weet ik ook mijn geest en lot
in de handen van mijn God.
Psalm 22:6, 11
6 Wees dan mijn hulp; houd U niet ver van mij;
Mij prangt de nood, benauwdheid is nabij;
'k Heb buiten U, daar ik zo bitter lij',
Geen hulp te wachten.
Een stierenheir uit Bazan, sterk van krachten,
En fel verwoed, Omringt m' aan alle zijden.
Mijn God, hoe zwaar, hoe smartlijk valt dit lijden
Voor mijn gemoed!
11 Verlos mij van den leeuw, die woedt en tiert.
Verhoor mij, HEER', en red mij van 't gediert',
Dat, sterk van hoorn, rondom mij henen zwiert;
Mij staat naar 't leven,
Dan word Uw Naam door mij met roem verheven;
'k Zal Uwen lof Mijn broederen vertellen.
'k Heb, in Uw huis bij al mijn metgezellen,
Dan prijzensstof.
Lucas 23:44-46
23:44. En het was ongeveer het zesde uur en er kwam duisternis over heel de aarde tot het negende uur toe.
45. En de zon werd verduisterd en het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor.
46. En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.
Psalmen 31:1-6
31:1. Een psalm van David, voor de koorleider.
2. Tot U, HEERE, heb ik de toevlucht genomen, laat mij niet beschaamd worden, voor eeuwig; bevrijd mij door Uw gerechtigheid.
3. Neig Uw oor tot mij, red mij met spoed, wees voor mij een sterke rots, een burcht om mij te behouden.
4. Want U bent mijn rots en mijn burcht! Wijs mij dan de weg en leid mij zachtjes, omwille van Uw Naam.
5. Trek mij uit het net dat zij heimelijk voor mij spanden, want U bent mijn kracht.
6. In Uw hand beveel ik mijn geest; U hebt mij verlost, HEERE, getrouwe God!
Lucas 23:46
23:46. En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.
Gezang 227:3, 4, 5, 6
3 Wat stof tot zielsverblijden,
hoe zalig is 't en goed,
dat 'k in uw bitter lijden
mijn redding vinden moet!
O, mocht ik U, mijn Leven,
daar 'k bij uw kruishout kniel,
mij zelf ten offer geven:
wat winste deed mijn ziel!
4 U zij de dank mijns harten,
U, Jezus, dierb're vriend,
voor 't dragen van die smarten,
alleen door mij verdiend!
Och, blijv', wat troost ik derve,
de hoop op U mij bij,
opdat, wanneer ik sterve,
in U mijn einde zij!
5 Als 'k eens van d' aarde scheide,
och, wijk dan niet van mij!
Als ik de doodssnik beide
och, sta dan aan mijn zij'!
En wordt mijn strijd het bangste,
laat dan in angst en pijn
uw doorgeworsteld' angste
mij tot vertroosting zijn!
6 Verschijn dan aan mijn sponde,
schenk laaf'nis in mijn nood!
Wijs m' in mijn laatste stonde
op uw verzoeningsdood!
'k Houd dan in stervenssmarte
de blik naar 't kruis gericht,
en klem dat vast aan 't harte:
zo valt het sterven licht!
Psalm 31:4, 5
4 'k Beveel mijn geest in Uwe handen;
Gij, God der waarheid, Gij,
O HEER', verlostet mij.
Ik haat hen, die het reukwerk branden
Ter eer van valse goden;
Op U steun ik in noden.
5 'k Zal in Uw goedheid mij verblijden!
Gij hebt mij aangezien,
En hulpe willen bien,
In mijn verdrukking en mijn lijden;
Toen, in mijn zielsellende,
Uw aangezicht mij kende.