Dienst zondag 16 juni 2024 om 10:00 uur - Bethelkerk

Voorganger: Ds. R. van Putten ('t Harde)

Organist: Lub de Boer

Collecte: Kerk

Schriftlezing: Lucas 10: 25-37

Tekst: "Laat niemand achter"


Psalm 25:2, 6

2 HEER', ai, maak mij Uwe wegen,
Door Uw woord en Geest bekend;
Leer mij, hoe die zijn gelegen,
En waarheen G' Uw treden wendt,
Leid mij in Uw waarheid, leer
IJvrig mij Uw wet betrachten.
Want Gij zijt mijn heil, o HEER',
'k Blijf U al den dag verwachten.
6 Wie heeft lust den HEER' te vrezen,
't Allerhoogst en eeuwig goed?
God zal Zelf zijn leidsman wezen,
Leren, hoe hij wandlen moet.
't Goed, dat nimmermeer vergaat,
Zal hij ongestoord verwerven,
En zijn Godgeheiligd zaad
Zal 't gezegend aardrijk erven.


Gezang 167:1, 2, 3

1 Samen in de Naam van Jezus
heffen wij een loflied aan,
want de Geest spreekt alle talen
en doet ons elkaar verstaan.
Samen bidden, samen zoeken,
naar het plan van onze Heer.
Samen zingen en getuigen,
samen leven tot zijn eer.
2 Heel de wereld moet het weten
dat God niet veranderd is.
En zijn liefde als een lichtstraal
doordringt in de duisternis.
’t Werk van God is niet te keren
omdat Hij er over waakt
en de Geest doorbreekt de grenzen
die door mensen zijn gemaakt.
3 Prijst de Heer, de weg is open
naar de Vader, naar elkaar.
Jezus Christus, Triomfator,
mijn Verlosser, Middelaar.
Vader, met gegeven handen
breng ik U mijn dank en eer.
’t Is uw Geest die mij doet zeggen:
Jezus Christus is de Heer!


Gezang 330:1, 2, 3, 4

1 Als je geen liefde hebt voor elkaar,
vallen de dromen in duigen.
Dromen van vrede worden niet waar,
kwaad is niet om te buigen.
Refrein:
Als je geen liefde hebt voor elkaar,
leef je buiten Gods gloria.
Als je geen liefde hebt voor elkaar,
leef je buiten Gods gloria.
2 Als je geen antwoord geeft op verdriet,
zullen de tranen niet drogen.
Als je het leed in de wereld niet ziet,
worden Gods woorden verbogen.
3 Als je geen oog hebt voor het gemis,
als je geen brood weet te delen,
denk dan aan Jezus die brood en die vis
uit liefde deelde met velen.
4 Als je geen liefde hebt voor elkaar,
is er geen hoop meer op zegen.
Kinderen, maak de liefde toch waar;
schrijf het op alle wegen:


Gezang 355

1 Heer, wijs mij uw weg
en leid mij als een kind
dat heel de levensweg
slechts in U richting vindt.
Als mij de moed ontbreekt
om door te gaan,
troost mij dan liefdevol en moedig mij weer aan.
2 Heer, leer mij uw weg,
die zuiver is en goed.
Uw woord is onderweg
als een lamp voor mijn voet.
Als mij het zicht ontbreekt,
het donker is,
leid mij dan op uw weg, de weg die eeuwig is.
3 Heer, leer mij uw wil
aanvaarden als een kind
dat blindelings en stil
U vertrouwt, vrede vindt.
Als mij de wil ontbreekt
uw weg te gaan,
spreek door uw Woord en Geest mijn hart en leven aan.
4 Heer toon mij uw plan;
maak door uw Geest bekend
hoe ik U dienen kan
en waarheen U mij zendt.
Als ik de weg niet weet,
de hoop opgeef,
toon mij dat Christus heel mijn weg gelopen heeft.
Toon mij dat Christus heel mijn weg gelopen heeft.


Lucas 10:25-37

10:25. En zie, een wetgeleerde stond op om Hem te verzoeken, en zei: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?
26. En Hij zei tegen hem: Wat staat er in de Wet geschreven? Wat leest u daar?
27. Hij antwoordde en zei: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.
28. Hij zei tegen hem: U hebt juist geantwoord. Doe dat en u zult leven.
29. Maar hij wilde zichzelf rechtvaardigen en zei tegen Jezus: Wie is mijn naaste?
30. Jezus antwoordde en zei: Een man ging van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers, die hem de kleren uittrokken, hem daarbij slagen toedienden en hem bij hun vertrek halfdood lieten liggen.
31. Toevallig kwam er een priester langs diezelfde weg, en toen hij hem zag, ging hij aan de overkant voorbij.
32. Evenzo ging ook een Leviet, toen hij op die plek kwam en hem zag, aan de overkant voorbij.
33. Maar een Samaritaan die op reis was, kwam in zijn buurt, en toen hij hem zag, was hij met innerlijke ontferming bewogen.
34. En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden en goot er olie en wijn op. Hij tilde hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem.
35. En toen hij de volgende dag wegging, haalde hij twee penningen tevoorschijn, en hij gaf ze aan de waard en zei tegen hem: Zorg voor hem, en wat u verder aan kosten maakt, zal ik u geven als ik terugkom.
36. Wie van deze drie denkt u dat de naaste geweest is van hem die in handen van de rovers gevallen was?
37. En hij zei: Degene die hem barmhartigheid bewezen heeft. Jezus zei tegen hem: Ga heen en doet u evenzo.


Gezang 154:1, 2, 4, 6

1 Neem mijn leven, laat het, Heer,
toegewijd zijn aan uw eer.
Maak mijn uren en mijn tijd
tot uw lof en dienst bereid.
2 Neem mijn handen, maak ze sterk
door uw liefde tot uw werk.
Maak, dat ik mijn voeten zet
op de wegen van uw wet.
4 Neem mijn zilver en mijn goud,
dat ik niets daarvan behoud’.
Maak mijn kracht en mijn verstand
tot een werktuig in uw hand.
6 Neem ook mijne liefde, Heer
‘k leg voor U haar schatten neer.
Neem mij zelf, en t’ allen tijd
ben ik aan U toegewijd.


Gezang 387:1, 2

1 O grote God die liefde zijt,
o Vader van ons leven,
vervul ons hart, dat wij altijd
ons aan uw liefde geven.
Laat ons het zout der aarde zijn,
het licht der wereld, klaar en rein.
Laat ons uw woord bewaren,
uw waarheid openbaren.
2 Maak ons volbrengers van dat woord,
getuigen van uw vrede,
dan gaat wie aarzelt met ons voort,
wie afdwaalt met ons mede.
Laat ons getrouw de weg begaan
tot allen die ons verre staan
en laat ons zonder vrezen
de minste willen wezen.