Dienst zondag 8 november 2026 om 10:00 uur - Bethelkerk

Voorganger: Ds. C. Kelemen

Organist: Tromp van Goor

Collecte: Alg. Kerkelijke Arbeid

Schriftlezing: 2 Samuël 19: 1-15

Tekst: "De koning is dood, leve de koning"


Gezang 107:1, 4

1 God is tegenwoordig, God is in ons midden, laat ons diep in ’t stof aanbidden. God is in ons midden, laat nu alles zwijgen alles in ons voor Hem neigen. Wie de stem heft tot Hem sla de ogen neder, geve ’t hart Hem weder.

4 Koning in de hemel, kon ik U maar prijzen, U volkomen eer bewijzen. Kon ik als een engel eeuwig opgetogen naar U zien met eigen ogen. Laat mij nu reeds aan U alles mogen geven, lieve God, mijn leven.


Psalm 34:1, 2

1 Ik loof den HEER', mijn God, Mijn zang klimm' op naar 't hemelhof; Mijn mond zing' eeuwig tot Zijn lof, Om mijn gelukkig lot. Mijn ziel, loof d' Opperheer; 't Zachtmoedig volk zal 't straks verstaan, Door vreugd met u zijn aangedaan En juichen tot Zijn eer.

2 Komt, maakt God met mij groot, Verbreidt, verhoogt, met hart en stem, Den nooit volprezen Naam van Hem, Die ons behoedt in nood. Ik zocht in mijn gebed Den HEER', ootmoedig met geween. Hij heeft mij in angstvalligheen, Geantwoord, mij gered.


Psalm 34:8, 9

8 God slaat een gram gezicht Op bozen, die Hem tegenstaan. Hij doet hun naam met hen vergaan Door 't hoogste strafgericht. Maar Hij ziet gunstig neer Op hem, die naar Zijn wetten leeft: God is het, Die hem uitkomst geeft, Zijn groten Naam ter eer.

9 God is 't verbroken hart, 't Verbrijzeld en bedrukt gemoed, Te allen tijd' nabij en goed, In tegenheid en smart. Veel wederwaardigheen, Veel rampen zijn des vromen lot; Maar uit die alle redt hem God: Hij is zijn heil alleen.


Psalm 89:2, 9

2 "Ik heb", dit was Uw taal, "een vast verbond gemaakt Met Mijnen gunsteling, dien steeds Mijn oog bewaakt. Ik heb aan Mijnen knecht, aan Mijnen uitverkoren', Aan David in Mijn gunst, met enen eed gezworen: Ik zal van kind tot kind, tot aan het eind der dagen, Uw zaad bevestigen, en uwen rijkstroon schragen."

9 Gij hebt weleer van hem, dien Gij geheiligd hadt, Gezegd in een gezicht, dat zoveel troost bevat: "Ik heb bij enen held voor Isrel hulp beschoren, Hem uit het volk verhoogd; hem had Ik uitverkoren; 'k Heb David, Mijnen knecht, Mijn gunsteling gevonden En hem met heilge zalf aan Mij en 't rijk verbonden."


2 Samuël 19:1-15

19:1. Aan Joab werd verteld: Zie, de koning huilt en bedrijft rouw over Absalom.

2. Op die dag veranderde voor heel het volk de verlossing in rouw, want het volk had op die dag horen zeggen: De koning is bedroefd over zijn zoon.

3. Het volk kwam die dag sluipend de stad binnen, zoals volk dat beschaamd is als het in de strijd gevlucht is, zich sluipend voortbeweegt.

4. De koning had zijn gezicht bedekt, en de koning riep met luide stem: Mijn zoon Absalom, Absalom, mijn zoon, mijn zoon!

5. Toen kwam Joab binnen bij de koning in het huis en zei: U hebt vandaag de gezichten van al uw manschappen beschaamd doen staan, die vandaag uw leven hebben gered, het leven van uw zonen en uw dochters, het leven van uw vrouwen en het leven van uw bijvrouwen,

6. door lief te hebben wie u haten, en door te haten wie u liefhebben. U hebt vandaag immers laten blijken dat bevelhebbers en manschappen voor u niets betekenen. Want ik heb vandaag gemerkt dat als Absalom leefde en wij allen vandaag dood waren, dat het dan juist zou zijn in uw ogen.

7. Sta dan nu op, ga naar buiten en spreek naar het hart van uw manschappen. Want ik zweer bij de HEERE: als u niet naar buiten gaat, zal er deze nacht geen man bij u overnachten! En dit zal erger voor u zijn dan al het kwaad dat u van uw jeugd aan tot nu toe overkomen is.

8. Toen stond de koning op en ging in de poort zitten. En men maakte al het volk bekend: Zie, de koning zit in de poort. Toen kwam al het volk bij de koning. Intussen was Israël gevlucht, ieder naar zijn tenten.

9. En onder heel het volk, alle stammen van Israël, was er tweedracht. Men zei: De koning heeft ons gered uit de hand van onze vijanden en hij heeft ons bevrijd uit de hand van de Filistijnen, en nu is hij het land uit gevlucht voor Absalom!

10. En Absalom, die wij tot koning over ons gezalfd hadden, is in de strijd gestorven. Nu dan, waarom laat u na om de koning terug te halen?

11. Toen stuurde koning David de priesters Zadok en Abjathar een bode om te zeggen: Spreek tot de oudsten van Juda: Waarom zou u de laatsten zijn om de koning terug te halen naar zijn huis? (De woorden van heel Israël hadden namelijk de koning bereikt in zijn huis.)

12. U bent mijn broeders, u bent mijn beenderen en mijn vlees; waarom zou u dan de laatsten zijn om de koning terug te halen?

13. En tegen Amasa moet u zeggen: Bent u niet mijn beenderen en mijn vlees? God mag mij zó en nog veel erger met mij doen, als u niet alle dagen voor mij legerbevelhebber zult zijn in plaats van Joab.

14. Zo won hij het hart van alle mannen van Juda als één man, en zij stuurden een bode naar de koning om te zeggen: Keer terug, u en al uw dienaren.

15. Toen keerde de koning terug en kwam bij de Jordaan. En Juda was naar Gilgal gekomen om de koning tegemoet te gaan, om de koning de Jordaan te helpen oversteken.


Gezang 101:1, 2, 4

1 Ga niet alleen door ‘t leven, die last is u te zwaar. Laat Eén u sterkte geven, ga tot uw Middelaar! Daar is zoveel te klagen, daar is zoveel geween en zoveel leed te dragen. Ga niet alleen! En zoveel leed te dragen. Ga niet alleen.

2 Ga niet alleen; uw Koning wil komen in uw hart. Ach, geef het Hem ter woning, hoe stilt Hij dan uw smart! Wie kan er tranen drogen als Jezus? Immers geen! Richt dan de treurend’ ogen naar Jezus heen! Richt dan de treurend’ ogen naar Jezus heen!

4 Welzalig, die ’ t ervaren, dat Hij hun alles is; dan kennen z’ in gevaren bezorgdheid noch gemis. Hij draagt dan in zijn armen door alle nood hen heen. Wie steunt op zijn ontfermen is nooit alleen! Wie steunt op zijn ontfermen is nooit alleen!


Gezang 291

- prechorus: ‘k Heb een beurs die niet oud wordt. ‘k Heb een schat die niet opraakt. ‘k Heb een schat in de hemel en ‘k heb Jezus in mijn hart. Refrein: Hij is Koning, Hij is Koning. Hij is het die ons bevrijdt. Hij is Koning, Hij is Koning. Koning in eeuwigheid.

1 Jezus is Heer van hemel en aarde. Toch werd Hij net zo’n mens als wij. Om ons te leiden naar zijn Vader. Ik ben de weg, zegt Hij. Zoek niet naar schatten op aarde, daar gaat hun waarde voorbij. ‘k Geef je een schat in het koninkrijk. Volg je mij, dan word je de koning te rijk.

2 Jezus zeg jou: Ik ken al je zorgen, want ik werd net zo’n mens als jij. Kom dus bij Mij, wacht niet tot morgen. Kom, want ik maak je vrij. Ik ben het licht van de wereld. ‘k Schijn in de donkere nacht. Dit is de dag dat je leven begint. Volg je Mij, dan word je zo blij als een kind. bridge: ‘k Heb een lamp die niet uitgaat. ‘k Heb een weg die omhoog leidt. ‘k Heb een huis in de hemel en ‘k heb Jezus in mijn hart. chorus 2: La, la, la, la. La, la, la, la. La, la, la, la, la, la, la.


Gezang 246

1 Kroon Hem met gouden kroon, het Lam op zijne troon! Hoor, hoe het hemels loflied al verwint in heerlijk schoon. Ontwaak, mijn ziel, en zing van Hem, die voor u stierf. En prijs Hem in all' eeuwigheên die 't heil voor u verwierf.

2 Kroon Hem, der liefde Heer! Aanschouw Hem, hoe Hij leed. Zijn wonden tonen 't gans heelal wat Hij voor 't mensdom deed. De eng'len om Gods troon, all' overheid en macht, zij buigen dienend zich terneer voor zulke wond're pracht.

3 Kroon Hem, de Vredevorst, wiens macht eens heersen zal van pool tot pool, van zee tot zee, ’t klink’ over berg en dal. Als alles voor Hem buigt en vrede heerst alom, wordt d'aarde weer een paradijs. Kom, Heere Jezus, kom!